Vraag jij je ook af hoe jij, als digitale architect, de voortdurend veranderende eisen vanuit de omgeving moet opvangen in de digitale systemen waarvoor je verantwoordelijk bent? Is een Agile aanpak de oplossing om de nodige flexibiliteit en aanpasbaarheid te bereiken?
Denk je immers aan aanpasbaarheid, dan denk je aan de Agile beweging. De Agile beweging, geboren uit het Agile Manifesto in 2001, beloofde een revolutie in de wereld van softwareontwikkeling en daarbuiten. Met zijn nadruk op flexibiliteit, klantgerichtheid en continue verbetering, leek Agile het antwoord te zijn op de als star en inefficiënt ervaren ‘waterval’ methodieken voor systeem-ontwikkeling.
Het Agile Manifesto
Het Agile Manifesto (Beck et al., n.d.), opgesteld door zeventien softwareontwikkelaars tijdens een bijeenkomst in Snowbird, Utah, legde de basisprincipes van de Agile filosofie vast. Het document, bestaande uit vier kernwaarden en twaalf principes, benadrukt individuen en interacties boven processen en tools, werkende software boven uitgebreide documentatie, samenwerking met de klant boven contractonderhandelingen, en reageren op verandering boven het volgen van een plan.
Hoewel deze waarden en principes op het eerste gezicht nobel en logisch lijken, is het belangrijk te erkennen dat ze zijn ontstaan binnen de context van de wereld van softwareontwikkeling aan het begin van de 21e eeuw. Het is dus maar de vraag of deze principes naadloos kunnen worden toegepast op andere sectoren en situaties.
Agile, the good, the hype and the ugly
Al in 2014 schreef Bertrand Meyer een kritische reactie op de Agile beweging middels zijn aanbevelenswaardige boek ‘Agile, the good, the hype and the ugly’ (Meyer, 2014). Nadat ik in twee klanten-situaties had meegemaakt wat er gebeurt als je een complete project-organisatie min of meer gedwongen ‘transformeert’ naar Agile, voelde ik de behoefte om te begrijpen waar ik mee te maken had. Ik kreeg dit boek aangereikt door een collega en het heeft me erg geholpen. Bertrand Meyer fileert de Agile aanpak op uiterst grondige wijze. Hij signaleert niet alleen maar hype of lelijkheid – hij erkent dat er ook briljante punten in Agile zitten.
Hieronder licht ik enkele punten van kritiek uit.
Big upfront anything
De Agile community is niet bepaald fan van lang en diep nadenken alvorens iets te produceren. Het kan daarbij gaan om uitvoerige requirements analyse of design voor bijvoorbeeld hergebruik. Dit verschijnsel betitelt Bertrand Meyer als inherente weerzin tegen ‘big upfront anything’. En daarmee raakt hij natuurlijk aan de bekende kritiek op waterval-methodieken. Het duurt lang voordat er iets tastbaars uitkomt, omdat er veel tijd wordt gestoken in nadenken en plannen maken. Dat maakt opdrachtgevers onrustig, omdat ze het gevoel krijgen geen controle te hebben over het resultaat. Maar ja – hadden we de delta werken kunnen realiseren zonder van te voren goed na te denken over architectuur en planning? Het is dus belangrijk de juiste balans te treffen tussen denken en doen, zonder het denken volledig af te schaffen.
User stories
Agilisten zweren bij user stories als middel om requirements boven tafel te halen. User stories zijn geweldig als je je een voorstelling wilt maken van hoe je systeem gebruikt gaat worden. Met user stories alleen kom je er echter niet. Je zult serieus moeten nadenken over het totale pakket van constraints, wensen en eisen waaraan je systeem moet voldoen. Die zullen niet alleen door potentiële eind-gebruikers geformuleerd kunnen worden. Immers gebruikers zullen zich vooral druk maken over de functionaliteit die het systeem moet leveren. Kwalitatieve en kwantitatieve eigenschappen zullen ze vaak impliciet verwachten. Ze moeten al echt affiniteit hebben met bijvoorbeeld beveiliging willen ze als eis stellen dat er two-factor authentication wordt ingevoerd. En zo zijn er meer voorbeelden te bedenken.
Spaghetti of lasagne
In de Agile wereld doet het concept MVP (Minimal Viable Product) opgeld. Dit betekent dat je vrij snel met iets tastbaars begint, maar dit eerste tastbare resultaat, de MVP, is slechts een deel van het doel-systeem. Bertrand Meyer wijst er, in mijn ogen terecht, op dat dit niet werkt voor elk type probleem. Je kunt niet in alle gevallen met iets kleins beginnen en dat geleidelijk aan uitbouwen tot je doel-systeem. Het hangt van het type probleem af of het wel of niet kan. Hij maakt een onderscheid tussen ‘spaghetti’ problemen, die niet aan te pakken zijn door middel van MVP en uitbreidingen daarop, en ‘lasagne’ problemen, waarbij dat wel mogelijk is. Dat suggereert dat je moet beginnen met een duidelijk beeld te vormen van het type probleem dat je aan het oplossen bent alvorens te gaan starten met je eerste MVP.
In totaal noemt Meyer 10 punten van lelijkheid, 9 punten van hype, 5 goede en 8 briljante punten. Die ga ik hier niet allemaal behandelen. Ik daag je uit om het boek te lezen of een van de video’s te beluisteren waarop de auteur zijn boek toelicht.
Agile architectuur?
Wat betekent dit voor de architectuur discipline? Onder invloed van de Agile beweging kun je met enig zoekwerk inmiddels ook allerlei handleidingen voor Agile architectuur vinden. Logisch ook! De architecten gemeenschap zou zich immers uit de markt prijzen wanneer zij niet mee zou gaan in de vaart der volkeren.
Maar voor we onze oude schoenen helemaal weggooien en TOGAF (The Open Group, 2009) doodverklaren, is het mijns inziens raadzaam Bertrand Meyer’s advies ter harte te nemen en goed te onderzoeken waar Agile ons wel verder helpt en waar niet.
Dat begint met een analyse van het type probleem dat moet worden opgelost – hebben we te maken met spaghetti of met lasagne (of misschien zelfs met ravioli)? Vervolgens is een goede analyse van eisen en wensen onontbeerlijk, die verder gaat dan alleen user stories. Daarnaast kan architectuur ook helpen om het overzicht te bewaren en samenhangen en verbanden aan het licht te brengen.
Het thema van DADD 2025 is Adaptieve Architectuur. Praat met ons mee over dut spraakmakende thema op 30 september 2025 in NBC Houten. Stuur een presentatie of workshop in, of meld je aan als deelnemer: https://dadd.nl/
Beck, K., Beedle, M., van Bennekum, A., Cockburn, A., Cunningham, W., Grenning, J., Highsmith, J., Hunt, A., Jeffries, R., Kern, J., Marick, B., Martin, R. C., Mellor, S., Schwaber, K., Sutherland, J., Thomas, D., & Fowler, M. (n.d.). The Agile Manifesto. https://agilemanifesto.org/
Meyer, B. (2014). Agile!: The Good, the Hype and the Ugly. Springer International Publishing. https://doi.org/10.1007/978-3-319-05155-0
The Open Group. (2009). TOGAF 9. van Haren publishing.









